Beste Sander,

Vandaag las ik in de krant dat ‘De Ambelt’, school voor voortgezet speciaal onderwijs in Oost-Nederland, in augustus 2017 de deuren gaat sluiten. Niet vanwege een terugloop van leerlingen, maar vanwege jouw beleid. En het is dat ik een beschaafd mens ben, want anders zou ik aan je moeder vragen of ze stiekem de zijwieltjes van je fiets af wil schroeven, zodat bij de volgende doodsmak ook je hoofd in het gips wordt gegoten. Zodat je niet van die onzinnige voorstellen meer kunt doen.

De Ambelt geeft les aan 2100 leerlingen, verspreid over veel locaties. Wanneer er 70 leerlingen in een bus kunnen, dan zijn dat 30 bussen. En dan nog eens zo’n 9 bussen erbij, omdat de ruim 600 personeelsleden natuurlijk als begeleiding mee moeten. En wanneer je bedenkt dat de meeste van deze leerlingen niet tegen prikkels kunnen (daarom zitten ze in kleine klassen, weet je nog wel?), dan kunnen ze niet in grote bussen, maar moeten ze in kleine busjes. Snel rekenen levert op dat er dus 337 en 1/2 busje de kant van het regulier onderwijs opkomen. Wat volgens jou niet zou gebeuren. En dan is de Ambelt nog maar één school.
Veel van die leerlingen komen uit het regulier onderwijs. En liepen daar tegen de muur op omdat ze overprikkeld werden of overvraagd. En geloof me: toelating tot een school voor speciaal onderwijs is geen kwestie van ‘Mijn zoon is een beetje druk, dus laat ik hem bij het bijzonder onderwijs inschrijven’. Je krijgt er alleen plek als duidelijk is dat het regulier onderwijs echt geen optie is.

Op Prinsjesdag zullen we horen in wat voor een geweldig land we leven, al zijn we er nog niet en moeten we vooral nuchter blijven. Maar ik kan je vertellen dat die boodschap niet zal overkomen bij de ouders van die leerlingen. Integendeel, je zou er van aan de drank raken. Want die ouders lezen ook kranten. Die horen leraren nu al zuchten dat ze geen tijd meer hebben voor de leerlingen zonder rugzakje.
Daarom, beste Sander, zou ik je voor willen stellen om in te gaan op het voorstel van één van die leerlingen: ‘Laten ze toch eens met ons komen práten!’ Of geef anders gewoon eerlijk toe dat het je helemaal niet gaat om het welzijn van de kinderen, maar dat je de opdracht had om ordinair te bezuinigen.

Vriendelijke groeten,
Ron Cornet.

Welk huis van mijn jeugd? Het kleine kamertje bij Oma, in de wijk waar later een televisieserie over is gemaakt, heeft te weinig indruk achtergelaten. Behalve tandenpoetsen op het aanrecht. En het petroleumstelletje met suddervlees.

Ik weet me meer te herinneren van de Rotterdamse bovenwoning. Het fietsstoeltje als schommel, Astrid van schuin tegenover, Opa en Oma om de hoek. Klein, beschermd, er was altijd wel iemand die op je lette.

Daarna Schiebroek, een flat met een zolder. Veel vriendjes, het parkje achter de flat. Pappa die in Arnhem ging werken en een jaar lang alleen in de weekenden thuis was.

Het eerste echte huis in Arnhem. Een hoekhuis met een tuin rondom, de school aan de overkant. Massa’s vrienden die net zo gemakkelijk vijanden werden. En weer vrienden. De zelfgemaakte bank waar ál mijn Lego in kon.

Het huis in de Vosbergenstraat. Helemaal nieuw, met centrale verwarming! Ook hier wel vriendjes, maar ook een ontluikend oog voor alle knappe buurmeisjes.

Zoveel huizen uit mijn jeugd. Allemaal verschillend, maar wat ze gemeen hebben is het saamhorigheidsgevoel. Buren werden al snel ooms en tantes. Vreugde en verdriet werd gedeeld. Je wist bijna alles van elkaar. Soms beklemmend misschien, maar beter dan het sociaal verplichte knikje naar de mensen van twee huizen verder, waar je de naam niet van kent...

Een tijdje geleden werd ik gevraagd om een nieuwsbrief te schrijven voor medewerkers. De directeur van de organisatie wilde graag een cultuurwijziging, dus was het erg belangrijk dat medewerkers daarover goed werden geïnformeerd. Voor mij betekende het veel gesprekken met betrokkenen en uit die berg aan informatie de belangrijkste zaken halen.

Eigenlijk was ik best trots op het eindresultaat. Een heldere, goed geformuleerde nieuwsbrief, de geïnterviewden reageerden enthousiast, kat in het bakkie. Totdat ik gebeld werd door de adviseur van de directeur. Die was niet zo tevreden: de nieuwsbrief was te eenvoudig, te simpel. Concreet gezegd: deze nieuwsbrief leek meer op het AD, terwijl de directeur qua stijl liever de NRC wilde.

Natuurlijk heeft elke klant recht op zijn of haar eigen mening. Op mijn website staat zelfs dat ik pas tevreden ben wanneer de klant dat is. Maar toch denk ik dat de directeur deze keer de plank missloeg. Hij ging teveel uit van zijn eigen referentiekader, waarin de NRC ongetwijfeld veel gelezen zal worden. Maar hij ging daarbij voorbij aan de doelgroep voor wie de nieuwsbrief bedoeld was. Een doelgroep waar vaker het AD door de brievenbus glijdt dan de NRC…

(c) 2013 Hoezegikdat.nl
Foto's: Hettie Koens Fotografie
Logo: Arjette Reedijk
Website: Jennieke Cornet