Welk huis van mijn jeugd? Het kleine kamertje bij Oma, in de wijk waar later een televisieserie over is gemaakt, heeft te weinig indruk achtergelaten. Behalve tandenpoetsen op het aanrecht. En het petroleumstelletje met suddervlees.

Ik weet me meer te herinneren van de Rotterdamse bovenwoning. Het fietsstoeltje als schommel, Astrid van schuin tegenover, Opa en Oma om de hoek. Klein, beschermd, er was altijd wel iemand die op je lette.

Daarna Schiebroek, een flat met een zolder. Veel vriendjes, het parkje achter de flat. Pappa die in Arnhem ging werken en een jaar lang alleen in de weekenden thuis was.

Het eerste echte huis in Arnhem. Een hoekhuis met een tuin rondom, de school aan de overkant. Massa’s vrienden die net zo gemakkelijk vijanden werden. En weer vrienden. De zelfgemaakte bank waar ál mijn Lego in kon.

Het huis in de Vosbergenstraat. Helemaal nieuw, met centrale verwarming! Ook hier wel vriendjes, maar ook een ontluikend oog voor alle knappe buurmeisjes.

Zoveel huizen uit mijn jeugd. Allemaal verschillend, maar wat ze gemeen hebben is het saamhorigheidsgevoel. Buren werden al snel ooms en tantes. Vreugde en verdriet werd gedeeld. Je wist bijna alles van elkaar. Soms beklemmend misschien, maar beter dan het sociaal verplichte knikje naar de mensen van twee huizen verder, waar je de naam niet van kent...

Een tijdje geleden werd ik gevraagd om een nieuwsbrief te schrijven voor medewerkers. De directeur van de organisatie wilde graag een cultuurwijziging, dus was het erg belangrijk dat medewerkers daarover goed werden geïnformeerd. Voor mij betekende het veel gesprekken met betrokkenen en uit die berg aan informatie de belangrijkste zaken halen.

Eigenlijk was ik best trots op het eindresultaat. Een heldere, goed geformuleerde nieuwsbrief, de geïnterviewden reageerden enthousiast, kat in het bakkie. Totdat ik gebeld werd door de adviseur van de directeur. Die was niet zo tevreden: de nieuwsbrief was te eenvoudig, te simpel. Concreet gezegd: deze nieuwsbrief leek meer op het AD, terwijl de directeur qua stijl liever de NRC wilde.

Natuurlijk heeft elke klant recht op zijn of haar eigen mening. Op mijn website staat zelfs dat ik pas tevreden ben wanneer de klant dat is. Maar toch denk ik dat de directeur deze keer de plank missloeg. Hij ging teveel uit van zijn eigen referentiekader, waarin de NRC ongetwijfeld veel gelezen zal worden. Maar hij ging daarbij voorbij aan de doelgroep voor wie de nieuwsbrief bedoeld was. Een doelgroep waar vaker het AD door de brievenbus glijdt dan de NRC…

Natuurlijk: een beetje bedrijf/organisatie/zzp-er kan niet zonder een website. Maar wie leest hem eigenlijk? Je laat een ontwerper aan de slag, je schrijft wat teksten en eerlijk is eerlijk: het resultaat ziet er gelikt uit. Maar toch denken veel mensen vaak: ‘Hmmm, is dit het nou?’ Dat komt omdat jouw eigen verhaal vaak niet is wat de klant wil lezen.

Zo vroeg de eigenaar van een geluidsstudio mij om de teksten voor hun website te herschrijven. Het was een bedrijf van een gepassioneerde techneut, maar hij vond de teksten op zijn website zo saai. Er werd ook nauwelijks op gereageerd. Toen ik de site bekeek snapte ik waarom. Er stond een keurige opsomming van wat hij allemaal in huis had (en dat was héél veel!); en de artiesten met wie hij gewerkt had. Maar zijn passie voor muziek was nergens terug te vinden.

Door veel vragen te stellen en goed naar hem te luisteren schreef ik teksten voor hem waarin hij zijn passie kwijt kon. Dat was nodig, want een gemiddelde klant die een CD op wil nemen zegt een analoge Telefunken Sub Woofer 48-10 niet zoveel. Die wil lezen waarom hij zijn CD nou juist bij die studio op moet nemen. Daar kiest hij een studio op uit.

Heb jij nou ook zo’n technische site met weinig respons? Stuur me een mailtje of bel me even en we zorgen er samen voor dat jij een boeiende website krijgt waar niet alleen jij, maar ook je lezers enthousiast van worden.

(c) 2013 Hoezegikdat.nl
Foto's: Hettie Koens Fotografie
Logo: Arjette Reedijk
Website: Jennieke Cornet